Lijfrente in 2026: aftrek, jaarruimte en uitkering
Een lijfrente is volgens de Belastingdienst een financieel product waaruit u later vaste uitkeringen krijgt, vaak als aanvulling op uw pensioen. U mag premies of stortingen alleen aftrekken in het jaar waarin u ze betaalt, als u een pensioentekort hebt en genoeg jaarruimte en/of reserveringsruimte hebt (reserveringsruimte maximaal € 42.753 in 2026). Over de uitkeringen betaalt u later inkomstenbelasting.
Wat is een lijfrente?
Een lijfrente is een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht. U stort eenmalig of periodiek; later krijgt u vaste uitkeringen, levenslang of voor een vooraf bepaalde periode. Het mag ook inkomen voor een ander zijn, bijvoorbeeld uw partner als u overlijdt.
Voorwaarden om als lijfrente te gelden: afgesloten bij een toegelaten financiële instelling; recht op een periodieke uitkering (vaste en gelijkmatige uitkeringen); uitkering als u op een vooraf bepaalde datum in leven bent (of eerder overlijdt); en u laat de termijnen op tijd vaststellen (omvang, ingangsdatum, duur en frequentie). Voldoet een lijfrente niet, dan zijn de premies niet aftrekbaar.
Staat in de polis of overeenkomst dat het een nettolijfrente is, dan zijn de premies of stortingen ook niet aftrekbaar.
Wanneer mag u de premie aftrekken?
U mag premies en stortingen alleen aftrekken in het jaar waarin u ze hebt betaald. Voorwaarden voor aftrek als aanvulling op uw pensioen: u betaalt de premies zelf, u hebt een pensioentekort, en u hebt genoeg jaarruimte en/of reserveringsruimte. Jaar- en reserveringsruimte bepalen de maximale aftrek.
Ook wie in loondienst pensioen opbouwt, kan een pensioentekort hebben. Betaalt u als werknemer zelf (een deel van) uw pensioenpremie, dan mag u die niet aftrekken: uw werkgever heeft die premie al van uw loon afgetrokken voordat er belasting over werd ingehouden.
Lijfrentepremies kunt u ook opgeven bij een voorlopige aanslag in 2026 in Mijn Belastingdienst.
Jaarruimte en reserveringsruimte
Jaarruimte is er als u het jaar ervoor een pensioentekort had: de jaarruimte 2026 hangt af van uw situatie in 2025. Volgens de fiscale informatie 2026 hebt u meestal jaarruimte in 2026 als u over 2025 een tekort in uw pensioenopbouw hebt en nog niet de leeftijd bereikt die 5 jaar hoger is dan de AOW-leeftijd. Wie vóór 1 september 1953 is geboren, kan de jaarruimte 2026 niet gebruiken, maar misschien wel reserveringsruimte.
Reserveringsruimte is de optelsom van niet-benutte jaarruimte; jaarruimte die u niet gebruikt, kunt u in de 10 jaar erna nog gebruiken. Hebt u beide, gebruik dan volgens de Belastingdienst eerst de reserveringsruimte, zodat eerder niet-gebruikte jaarruimte niet verloren gaat. De opgebouwde reserveringsruimte is in 2026 maximaal € 42.753.
U berekent jaarruimte en reserveringsruimte met het Hulpmiddel lijfrentepremie vanaf 2016 van de Belastingdienst. Daarvoor hebt u onder meer de jaaropgaaf van uw werk of uitkeringsinstantie nodig en de gegevens over de groei van uw pensioen op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) van uw pensioenfonds, zoals u die ook terugvindt via Mijnpensioenoverzicht.
De uitkering: oudedagslijfrente
Oudedagslijfrente: bij een verzekeraar krijgt u een uitkering tot uw overlijden; bij een bank (of beleggingsinstelling) tot u minstens 20 jaar ouder bent dan uw AOW-leeftijd. Begint de 1e uitkering vóór het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt, dan moet u minimaal 20 jaar plus het aantal jaren dat u jonger bent dan de AOW-leeftijd ontvangen.
Er bestaat ook een tijdelijke oudedagslijfrente van minimaal 5 jaar, die niet eerder ingaat dan het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt en binnen 5 jaar daarna begint. Lag de einddatum van uw lijfrente in 2025, dan moet u de lijfrente uiterlijk op 31 december 2026 hebben omgezet of laten ingaan.
Belasting over uitkering en afkoop
Over periodieke uitkeringen uit een lijfrente betaalt u inkomstenbelasting; u geeft ze in de aangifte op bij ‘Pensioen en andere uitkeringen’. Hebt u alle premies afgetrokken, dan is de uitkering volledig belast. Hebt u premies (deels) niet afgetrokken, dan is de uitkering niet altijd volledig belast.
Bij afkoop (een lijfrenteverzekering afkopen of tegoed opnemen) betaalt u inkomstenbelasting over de afkoopsom; de financiële instelling houdt loonheffing in. Daarnaast betaalt u meestal revisierente, meestal 20% van de waarde in het economisch verkeer. Is de lijfrente binnen 10 jaar na het afsluiten afgekocht, dan kan de tegenbewijsregeling leiden tot minder dan 20%.
Afkoop kleine lijfrente: is de afkoopsom in 2026 niet meer dan € 5.513, dan betaalt u alleen belasting en geen revisierente (als de lijfrente onder die regeling valt). Bij arbeidsongeschiktheid kan afkoop zonder revisierente onder voorwaarden, onder meer: u hebt de AOW-leeftijd nog niet bereikt en u neemt in 2026 maximaal € 51.440 op.
Situaties die als afkoop gelden
De Belastingdienst behandelt een lijfrente alsof u die in 1 keer hebt afgekocht (fictieve afkoop) als u hem schenkt, verkoopt, beleent of verpandt; als u geen rekeninghouder meer bent of het tegoed deblokkeert; als u de polis zo wijzigt dat hij niet meer aan de voorwaarden voldoet; of als u de termijnen niet op tijd laat vaststellen of de lijfrente niet op tijd omzet. U betaalt dan inkomstenbelasting over premies en rendement, en meestal ook revisierente.
Bij een fictieve afkoop betaalt de financiële instelling vaak maar een deel van het kapitaal uit; de rest volgt pas na een vrijwaringsverklaring van de Belastingdienst. Die geeft de Belastingdienst als u de afkoop in de aangifte hebt opgenomen, de definitieve aanslag onherroepelijk vaststaat en u die (met revisierente) hebt betaald; u vraagt hem per brief aan bij uw belastingkantoor.
Veelgestelde vragen
Kan ik mijn werknemerspensioenpremie aftrekken?
Nee. Betaalt u als werknemer zelf (een deel van) uw pensioenpremie, dan mag u die niet aftrekken: uw werkgever heeft die premie al van uw loon afgetrokken voordat er belasting over werd ingehouden.
Hoe lang blijft niet-gebruikte jaarruimte bruikbaar?
Jaarruimte die u niet gebruikt, kunt u in de 10 jaar erna nog gebruiken als reserveringsruimte. Hebt u beide, gebruik dan volgens de Belastingdienst eerst de reserveringsruimte.
Wat is revisierente?
Bij afkoop betaalt u meestal revisierente, meestal 20% van de waarde in het economisch verkeer. Is de lijfrente binnen 10 jaar na het afsluiten afgekocht, dan kan de tegenbewijsregeling leiden tot minder dan 20%.
Kan ik een kleine lijfrente afkopen zonder revisierente?
Is de afkoopsom in 2026 niet meer dan € 5.513, dan betaalt u alleen belasting en geen revisierente (als de lijfrente onder die regeling valt). Bij arbeidsongeschiktheid kan afkoop zonder revisierente onder voorwaarden, onder meer als u de AOW-leeftijd nog niet bereikt en u in 2026 maximaal € 51.440 opneemt.
Bronnen
Belangrijk: Dit artikel geeft algemene informatie en is geen persoonlijk financieel, fiscaal of juridisch advies. Controleer uw situatie bij de Belastingdienst, Dienst Toeslagen of een erkende adviseur.
← Alle artikelen over Pensioen